Archief beheerder

Onze burgemeesters

Tijdlijn burgemeesters Alken

De Geschiedenis van verdwenen woningen in Alken Centrum

Huis Maris

Op de kaart van Alken Centrum omstreeks 1810 op perceel 367 (nr.24) bevond zich een huis dat aanleunde aan de kerkhofmuur pal tegenover café “De Ton” (nr.15) en de boekenhandel “De Bib”. De kadastergegevens vermelden dat het werd bewoond door het gezin Jan Driesen – Deveu.

 

blad 0810 Huizen K1 tem K7 Driesen F 367

 

 

Driesen Peter

 

 

blad 0777

Zicht gezien van het Laagdorp

blad 0915

Richting Motstraat

 

blad 0910

Links huis Maris – rechts nu café “De Ton”.

De dochter Anna Catharina Driesen huwde met Jan Boes (zijn broer Guillaume Boes was de overgrootvader van Eduard Boes, stichter van de brouwerij Cristal Alken). Na de dood van Jan Boes  (+1862) koopt Anna Catharina Driesen nog een stuk grond naast de woning. Hun dochter Aldegondis Boes huwt Joannes Felix Loix die een boerderij uitbaatte waar thans het gemeentehuis is.

 

blad 0850-bis Mappen 223 kj 1864 Folio

 

In 1897,  na de dood van Joannes Felix Loix verkopen de kinderen Loix de woning aan Grégoire Robben uit Luik.

 

blad 0870

blad 0880 kinderen Loix

 

In 1916 erft de dochter Maria Rosalia Robben het huis en verkoopt dit in 1918 aan de familie Maris – Corfs.

blad 0900 Robben Gregoire 1918

 

blad 0920 - Maris

 

 

blad 0940

 

Hun dochter Maria Maris huwt met Alex Vranken, onderwijzer aan de Gemeentelijke jongensschool.

blad 0950 - Carlo Vranken

 

In 1954 verkopen de kinderen Vranken het huis aan de Belgische Staat, waarna het in 1959 wordt gesloopt om de doorgang van de weg te verbreden.

 

blad 0960 verkoop 1954

 

 

 

blad 0980 staatseigendom 1959

 

Hieronder een beeld uit de jaren ’60.

blad 0985

 

Huidige toestand

IMG_0362

 

 

blad 0990

 

De geschiedenis van verdwenen woningen in Alken Centrum

Inleiding

Zoals reeds in het artikel van juni 2015 werd aangehaald is het archief van het kadaster een grote hulp bij opzoekingswerk over personen en goederen. Vandaag gaan we het hebben over de woning van Hubertine Martens die omstreeks 1960 gesloopt werd om plaats te maken voor een parkeerplaats aan de kerk. De oudere ♥ Alkenaren  zullen zich dit huis nog wel herinneren!

 

Hoogdorpstraat richting gemeentehuis

 

Het huis Hubertine Martens

Hubertine Martens werd geboren te Alken op 27 november 1889 en overleed op 31 augustus 1968 te Mol. Zij was gehuwd met Hubert Alfons Cosemans maar werd reeds weduwe op 36-jarige leeftijd. Zij was winkelierster en baatte ook de herberg uit.  Eén van haar broers was onderwijzer Désiré Martens uit de Meerdegatstraat. Zij had ook nog een zuster Marie Theresia, missiezuster in India.

Op onderstaande foto ziet men tussen de kerk en het huis een deel van de huidige pastorie. Achteraan rechts het gemeentehuis en verder “’t Bergske” de bakkerij Castro.

Zicht hoogdorp

 

De tuin achter de woning en daarachter de tuin van de pastorie was afgeboord met een stenen muur zodat het steegje van de Hoogdorpstraat naar de Sint-Aldegondislaan “tussen de stenen muurtjes” werd genoemd.

 

Tussen de stenen muurtjes

 

 

kerk centrum2

Hoogdorp 111

Rechts de woning waarvan sprake

 

Huidige toestand

 

Historiek

Op de kaart van Alken Centrum omstreeks 1822 had de woning het perceelnummer 360, (klik op de kaart en vergroot). Rechts in het blauw met perceelnummer 361 was het toenmalig gemeentehuis.

 

blad 0780

 

Omstreeks 1820 woonde er Laurent Vendrix, klompenmaker en herbergier, overgrootvader van Camille Vendrickx, onderwijzer te Alken en betovergrootvader van Lutgarde Vendrickx –heeft gewerkt op de burgerlijke stand van onze gemeente–  en haar broer Luc Vendrickx, priester en nadien kanunnik en algemeen secretaris van het Bisdom Limburg († Hasselt 1992).

Luc Vendrickx

 

Vendrix

 

Hieronder de gegevens (na 1838) van perceel 360 uit de kadaster-archieven, met vermelding “Weduwe Laurent”.

Vendrickx

 

Samenstelling gezin

VENDRIX Laurent

Klompenmaker, herbergier
= 07‑12‑1783 Alken                               + 03‑08‑1838 Alken
(zoon van VENDRIX Arnold en JANS Elisabeth Catharina)
x     14‑01‑1818 Alken
MOMMEN Maria Joanna
= 04‑04‑1794 Alken                            + 03‑08‑1859 Alken
(dochter van MOMMEN Nicolas en ESSELEN Maria Agathe)

Uit dit huwelijk:

  1. Joannes Arnold

Priester gewijd te Luik op 21 augustus 1842, pater Aloysïus
* 06‑11‑1818 Alken                   + 27‑07‑1893 Sint‑Truiden
= 06‑11‑1818 Alken
(doopgetuigen: Ademus Vendrickx ‑ Maria Mommen)

  1. Joannes Nicolaes

* 09‑11‑1820 Alken                   + 09‑09‑1821 Alken
= 09‑11‑1820 Alken
(doopgetuigen: Nicolaus Mommen ‑ Gertrudis Vendrix)

  1. Louis

Pater Aloïsius
* 02‑08‑1822 Alken                   + 03‑03‑1893 Hasselt
= 03‑08‑1822 Alken
(doopgetuigen: Arnoldus Vendrikx ‑ Maria Ida Mommen)

  1. Maria Joseph

Ongehuwd, winkelierster
* 02‑06‑1824 Alken                   + 13‑02‑1890 Alken
= 02‑06‑1824 Alken
(doopgetuigen: Petrus Joannes Vendrikx ‑ Anna Maria Josepha Mommen)

  1. Anna Elisabeth

Religieuze te Gent
* 04‑09‑1826 Alken                   + 22‑07‑1909 Gent
= 05‑09‑1826 Alken                   ∩ 24‑07‑1909 Gent
(doopgetuigen: Nicolaus Vendrikx ‑ Maria Elisabeth Mommen)

  1. Maria Agatha

Ongehuwd
* 04‑12‑1828 Alken                   + 26‑09‑1881 Alken
= 04‑12‑1828 Alken
(doopgetuigen: Joannes Nicolaus Mommen ‑ Anna Gertrudis Vendrikx)

  1. kind zonder leven

* 02‑02‑1831 Alken                   + 02‑02‑1831 Alken

  1. Maria Catharina

Kloosterlinge
* 01‑01‑1832 Alken                   + 13‑02‑1909 Luik
= 08‑01‑1832 Alken
(doopgetuigen: Guilielmus Noelanders ‑ Anna Maria Thoelen)

  1. Henricus Amandus

Bakker
* 16‑02‑1834 Alken                   + 09‑12‑1918 Alken
= 16‑02‑1834 Alken                   ∩ 12‑12‑1918 Alken
(doopgetuigen: Joannes Vendrickx ‑ Anna Maria Billen)
x 19‑02‑1862 Alken met BECKERS Maria Ludovica Alphonsia
(dochter van BECKERS Louis en ISTAZ Anne Catherine)

  1. Felix Antonius

* 02‑01‑1836 Alken
= 02‑01‑1836 Alken
(doopgetuigen: Ludovicus Vendrix ‑ Josepha Vendrickx)

  1. Petrus Hubertus

Ongehuwd, schatbewaarder van de kerkfabriek, winkelier
* 22‑12‑1838 Alken                   + 07‑05‑1913 Alken
= 22‑12‑1838 Alken                   ∩ 15‑05‑1913 Alken
(doopgetuigen: Arnoldus Hayen pro Petro Mommen ‑ Maria Oda Briers)
Het gezin Laurent Vendrix-Mommen had dus 11 kinderen,  waaronder 4 kloosterlingen. Spijtig genoeg ontbreekt het bidprentje van Maria Catharina Vendrickx kloosterlinge, overleden in 1909 te Luik.

 

Vendrickx007_01

 

 

 

 

 

 

 

 

Vendrickx007_03Vendrickx009-01

 

Om toch even in de sfeer van bidprentjes en kloosterlingen te blijven kan ik ook nog dit vermelden: de vrouw van Laurent Vendrix –Maria Joanna Mommen– had een broer Petrus Mommen.

 

Mommen-55006pro-genVendrickx009-03

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de dood van Maria Joanna Mommen in 1859 werd de winkel uitgebaat door Petrus Hubertus Vendrickx en zijn zus Maria Josephina tot bij haar dood in 1892.

kinderen Laurent

Bij de dood van Petrus Hubertus Vendrickx in 1913 komt het huis in bezit van de familie Joseph Vendrikx – Theresia Lambrechts. Joseph was de kleinzoon van Laurent Vendrix. Theresia Lambrechts was de tante van o.a. Maurice Lambrechts, gewezen secretaris van onze gemeente (° 1893 – †1968).

Joseph Vendrikx

 

Vendrickx-Lambrechts

 

Vendrickx Camille

 

In 1917 verkoopt Joseph Vendrikx (organist en gemeenteontvanger) de woning aan Hubertus Alphonsus Cosemans maar deze sterft zeer jong en het huis gaat over naar zijn echtgenote Hubertine Martens.

 

Cosemans

 

Hubertus Cosemans

 

De gemeente koopt in 1957 de woning die in 1959 wordt afgebroken om plaats te maken voor een parkeerruimte voor de ingang van de kerk.

1957Gemeente Alken

 

 

 

 

Tot slot

blad 0805 Hoogdorpstraat

Vroeger

IMG_0359a - kopie

Nu

2015 herzien

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com heeft een 2015 jaarlijks rapport voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

In een New York City metro-trein passen 1.200 mensen. Deze blog werd in 2015 ongeveer 5.700 keer bekeken. Als je blog een NYC metro-trein zou zijn, zou die ongeveer 5 reizen nodig hebben voordat die zoveel mensen zou kunnen vervoeren.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Het Kadaster als hulp en ondersteuning voor Genealogie

blad 0750

Inleiding.

Het vele opzoekingswerk van Jos Grosemans – lid van onze Geschiedkundige Kring- bij het Kadaster te Hasselt heeft ons in staat gesteld een terugblik te construeren van wie er (en waar) in Alken leefde bij de Franse revolutie (1796) en ook kort daarna. Dit zoekwerk betekent dan ook een grote hulp voor genealogisch onderzoek en informatie.

Tevens hadden we in onze kring kaarten van Alken met perceelnummers van vóór 1820 (omwille van veiligheid en archivering zijn deze thans overgemaakt aan het Rijksarchief te Hasselt). Daarom hier een voorsmaakje.

De Zwarte Winning.

foto zwarte winning

kaart

 

Even een kort stukje uit het boek (1980) van de geschiedenis van Terkoest geschreven door Florent Punie en Jos Jacobs over de Zwarte Winning in de Molenstraat te Alken. Daarin stellen ze dat tijdens het Hollands Bestuur (1815-1830) de heer Hendrik Pijp, rentenier uit Hasselt de eigenaar was van deze hoeve.

Florent Punie

Nu blijkt uit een huurovereenkomst (pacht) tussen de heer Pijp en pachter Jean Vandebrouck van 1799 dat we mogen stellen dat naar alle waarschijnlijkheid de heer Pijp de koper was van het zwartgoed!

 

blad 0770 Document Alken 1799

Vandebrouck

Joannes Vandebrouck en zijn echtgenote Elisabeth Grosemans hadden 2 gehuwde kinderen.

Zoon Joannes Hendericus vestigt zich in de Vliegstraat. Nakomelingen daarvan zijn b.v. de families :

  • Joseph Theophiel Loix- Raskin in de Grootstraat, ( o.a. Firmin en Remi ).
  • Desiré Loix –Joris in de Stationsstraat, (Albert)
  • Remi Loix-Jans in de Vliegstraat, (o.a Maurice)
  • Edmond Vandebroek in de Vliegstraat
  • Marcelina Vandebroek

Dochter Anna Elisabeth Vandebrouck huwt Andreas Schoeps. Nakomelingen zijn b.v. de families:

  •  Hubert Vesters-Froyen in de Motstraat (o.a. Paul)
  •  Jacobus Moens-Polus op de Steenweg (o.a. Paul)
  •  Eduard Baerts-Melaer in de Vliegstraat (o.a. Valère)

1902 Professor Eduard ASNONG rector in Terkoest

Joannes Eduard Asnong werd geboren op 24 april 1872 in Zolder. Zijn ouders, Arnold Dominicus Asnong en Gertrude Wouters trouwden in Kuringen op 18 oktober 1866.

Op het moment van hun huwelijk was Arnold Dominicus weduwnaar sinds twee jaar. Hij had ook het jongetje uit zijn eerste huwelijk verloren toen het zes maanden oud was. Na dit eerste huwelijk vond Arnold onderdak bij de familie van zijn broer Joseph in de Hardstraat te Kuringen, niet ver van de oude abdij van Herkenrode. De familie Christiaan Wouters, een weduwnaar met zeven overlevende kinderen, waaronder Gertrude, huurde op dat moment de abdijhoeve van Herkenrode. Waarschijnlijk had Arnold Dominique ook werk gevonden op de abdij.
Naamloos-1Naamloos-2

Na hun huwelijk gaat het jonge paar inwonen bij de familie van de bruid in het huis bekend als de portierwoning, juist naast het monumentele poorthuis van de abdij. Aldaar worden de twee oudste zonen geboren. In 1870, verhuist het jonge gezin van Kuringen naar Zolder om zich te vestigen op de hoeve van het kasteel van Vogelsanck. (Heusden-Zolder).

In Zolder worden drie jongens geboren waaronder Eduard, de vierde van de familie. Maar nauwelijks zes maanden na de laatste geboorte wordt de familie beproefd met het overlijden van de vader, dit na een lange ziekte, in de ouderdom van 38 jaar, 5 maanden en 10 dagen.

Kan men zeggen dat de kleine Eduard zijn vader heeft gekend? Hij is dan 2 jaar en half. De moeder, Gertrude Wouters, blijft alleen voor de taak, het onderhoud en opvoeding van de vijf jongens, waarvan de oudste amper 8 jaar oud is wanneer zijn vader overlijdt.  Maar, zij is een vrouw met hart en moed, iets wat men ook van de kinderen mag zeggen. De familie heeft de middelen niet om in Zolder aan de huur te voldoen. Zij verhuist naar Kermt op 9 juni 1876.

Na een periode van twee jaar, in 1878, keert de familie terug naar Zolder als huurster en uitbaatster op de grote boerderij Bolderberg, vroegere eigendom van de abdij van Averbode. Vandaag staat deze boerderij bekend als het domein Bovy. Constant, de oudste zoon van de familie, is dan 12 jaar oud en Eduard is 6 jaar. De hele familie verplicht zich met veel hard werk, ongeacht de jonge leeftijd van de jongens. Om rond te komen, kan de Weduwe Wouters, zoals zij ook bekend is, rekenen op de inzet en steun van knechten en meiden. Het was in Zolder, in de parochie van Viversel, dat de jonge Joannes Eduard beslissingen neemt die hem er toe brengen, waarschijnlijk in 1884, de familie-eenheid te verlaten voor het pad van het seminarie. Viversel of Vijverseel is dan een gehucht van de gemeente Zolder. Het was een zelfstandige parochie onder het oude regime, maar het parochiekerkje werd gedegradeerd tot gewone kapel door het concordaat van 1803-1805. Viversel werd gerestaureerd als een parochie waarschijnlijk in 1842.

Het verblijf van de familie in Zolder zal 12 jaren duren. Op 15 juli 1889, word een notariaal contract opgesteld voor de huur door de Weduwe Wouters van de Elbampd hoeve in Sint-Lambrechts Herk. Op 15 maart 1890, vestigt de familie zich op deze boerderij. De oudste van de jongens is dan 23 jaar. Eduard is  bijna 18 jaar.

In 1892, wordt de student Eduard Asnong aangenomen op het groot-simenarie van Luik. Hij begint er zijn theologische studies, met dracht van soutane en ontvangst van tonsuur. Een jaar later, op 1 september 1893, sterft zijn broer Auguste, 23 jaar oud, aan een hersenvliesontsteking.

Eduard Asnong

 

In 1895 begint Eduard zijn loopbaan als docent aan het Onze-Lieve-Vrouw college in Tongeren. In die tijd en dit tot in 1925, mochten seminaristen die diaken werden, omgeven door een priesterlijke gemeenschap, les geven in de diocesane hogescholen. Op 7 april 1896, word Eduard Asnong priester gewijd in Luik. De volgende dag, draagt hij zijn eerste heilige mis op in de parochiekerk van Sint-Lambrechts Herk. In 1902 wordt priester Eduard Asnong benoemd aan het Atheneum van Hasselt en ter zelfdertijd als rector van Terkoest. Deze twee gelijktijdige benoemingen vereisen enige toelichting.

Terkoest is in 1902 een gehucht van Alken, een verzameling van ongeveer vijftig huizen rond drie heerlijkheden. Reeds in 1900 had de kasteeldame Florence d’Erckenteel een verzoekschrift gericht aan de bisschop van Luik om toestemming te verkrijgen om privé religieuze diensten te mogen houden in haar privé-kapel. Bij de werken om een vleugel toe te voegen aan het kasteel in 1892-1897, had de dame een huiskapel laten installeren op de tweede verdieping van de nieuwe vleugel. Er was genoeg ruimte voor een dertigtal mensen, in aanvulling met een kleine kamer die kon dienen als sacristie en voor biechtgelegenheid. Deze vraag werd positief beantwoord door een pauselijke breve van 26 juni 1902, maar met een aantal beperkingen. Bijstand aan eucharistievieringen op zon- en feestdagen moest worden beperkt tot leden van de familie Claes d’Erckenteel, hun gasten die de nacht van zaterdag op zondag in het kasteel doorbrachten en het personeel dat er inwoonde. Ook bejaarden van meer dan 65 jaar woonachtig binnen een radius van 2 km rond het kasteel werden toegelaten.

De kapel werd ingewijd door de pastoor van Alken, E. H. Adolf Beckers, op 16 augustus 1902. Kort daarna werd de E. H. Joannes Eduard Asnong aangesteld als rector. Deze informatie aangaande Terkoest komt uit de geschiedenis van deze parochie geschreven door Paul Jacobs en Florent Punie, document dat meermaals in deze tekst word aangehaald omtrent de wording van deze parochie.

Kort na het verzoek van Terkoest, had de bisschop van Luik ook een verzoek ontvangen van het Atheneum in Hasselt om een nieuwe godsdienstleraar. Deze taak leek geen sinecure bedenkend dat de laatste godsdienstleraars na korte tijd hun baan verlieten, zo maakte men het hun moeilijk… De bisschop antwoordde goedwillend dat hij een andere leraar zou sturen, maar dit zou de laatste zijn. – aan de studenten om hem te aanvaarden of niet- . Zo werd de E. H. Asnong benoemd tot hoogleraar in Hasselt.

Hij bracht klaarheid in de kwestie bij zijn eerste optreden. Hij exposeerde zijn kleine lijst van de te observeren gedragsregels en nodigde alle studenten die problemen hadden met zulke regels om onmiddellijk zijn klas te verlaten, in plaats van te worden aan de deur gezet bij de eerste overtreding. Het zal niet de enige keer zijn dat hij op deze manier zal handelen. Professor Asnong intimideerde door zijn gestalte, door zijn soutane ook, maar vooral door zijn manier van zijn, openhartig, rechtschapen, hetgeen respect afdwong.

Vanaf september 1902 is hij professor van religie voor alle klassen in het Koninklijk Atheneum van Hasselt en ook aan de Rijksmiddelbare Jongensschool, gehuisvest in hetzelfde gebouw.  In Hasselt, woont hij op nummer 49 van de Luikersteenweg. Het huis werd gebouwd door zijn familie en verhuurd tegen een bescheiden tarief. In 1906, neemt zijn broer Jules de leiding over van de Elbampd boerderij. Zijn moeder komt dan in Hasselt leven bij haar zoon-priester. Zijn moeder vergezellend, verwelkomt hij ook zijn tante Philomena, blind geworden in de leeftijd van 14.

In 1906 worden de beperkingen aangaande de toegang tot de kapel van Terkoest verlengd; het is nu mogelijk om dagelijks te bidden voor het Heilig Sacrament. Rector Asnong, door zijn werk, deelt het leven van de familie Claes d’Erckenteel, Hij doopt hun kinderen en beheert hun eerste communie. Hij speelt ook een leidende rol voor de familie en haar entourage, terwijl achting en vriendschap wederzijdig zijn. Op 26 juni 1912, treurt hij om het overlijden van zijn oom Frans Wouters. Deze was pauselijke zouaaf, en nam deel in 1870 aan de ultieme strijd om Rome.

Claes d'Erckenteel

 

En dan ontketent zich de eerste wereldoorlog. Toch zal het jaar 1914 voor hem worden gekentekend door de dood van zijn moeder, die op 15 augustus, de dag van haar 73ste verjaardag sterft. Zijn tante Philomena overleed op 14 augustus 1926. Rond dit tijdstip polst de bisschop bij mevrouw Claes-d’Erckenteel de mogelijkheid om een kapel de bouwen op het grondgebied van het kasteel en die tevens toegankelijk  zou  zijn voor al de inwoners van dit gehucht veraf gelegen van het centrum van Alken. Deze aanpak sluit aan bij een petitie van 1925 die pastoor Brauns aan de bisschop richtte. Dit project werd gretig aangenomen door mevrouw d’Erckenteel en verwezenlijkt met dezelfde ijver. Een deel van het bestaande gebouw werd herbouwd en met een toegang voorzien tot het doksaal voor de familie van het kasteel en met een tweede toegang via de binnenplaats voor het publiek. Op 18 juli 1927, verklaart de bisschop van Luik deze publieke hulpkapel open voor alle inwoners van het gehucht. De wijding van de kapel door pastoor Brauns vond plaats op 1ste december 1927. Nadat de kasteelkapel openbaar wordt, blijft E. H. Asnong als rector en dit tot 1948.

1931

In 1933 trekt hij zich terug als professor uit de instellingen waar hij onderwees in Hasselt, nl. het Koninklijk Atheneum en ook de Rijksmiddelbare Jongensschool en dit na 31 jaar, met de titel van professor emeritus.

1935

Andere erkenningen zullen hem worden toegekend tijdens zijn leven, met inbegrip van het ereteken van Ridder in de Leopoldorde en het Burgerlijk ereteken 1e klas, en dit in betrekking met zijn professoraat aan het Koninglijk Atheneum van Hasselt. (Beslissing van 15 juli 1922 genomen door het Ministerie Sciences et Arts.)

Deze retraite geeft hem de mogelijkheid zijn inspanningen in Terkoest op te drijven, waar hij iedere dag naar toe gaat, vaak met de fiets of te voet door de paden van weiden en velden. Het kan zich ook vrijer inzetten voor zijn andere activiteiten. Onder andere, zorgde hij voor de voorbereiding van de kinderen voor hun eerste communie en was hij aalmoezenier bij de Dames Ursulinen van Hasselt. Hij nam ook deel aan de culturele activiteiten van de stad. Onder anderen, bezocht hij de schilder Gaston Wallaert, van wie hij schilderijen kocht, zowel als erkenning van een talent als de ondersteuning van een vriend.

Na de oorlog van 1940-’44, werden plannen gemaakt voor de oprichting van een zelfstandige parochie in Terkoest. In deze context verkregen de priesters van Alken betrokken bij het project, samen met de rector Asnong, van mevrouw Claes d’Erckenteel een perceel van 4 ha, voor de toekomstige kerk, pastorie, parochiehuis, scholen, bibliotheek, enz. Voorbereidende werkzaamheden werden uitgevoerd op het land, te beginnen met het kappen van eeuwenoude bomen.

 

Kappen van bomen

De parochie van O. L. Vr. Onbevlekt Ontvangen van Terkoest, met een bevolking van 850 mensen, werd officieel opgericht de 19de juni 1951. Het kerkgebouw zal in 1960 worden voltooid.

 15-05-2015 11-57-31

In 1946 viert de E. H. Asnong zijn 50 jaar priesterschap te midden van de kasteelfamilie van Terkoest, familie aan welke hij in zekere maat toebehoort en in dewelke hij de opeenvolging van de generaties heeft meebeleefd.

1946

Ter gelegenheid van dit gouden priesterjubileum wordt ook de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand ingehuldigd in de O. L. V. straat, naast de jongensschool. De oprichting van deze kapel had zijn oorzaak bij een belofte van de bevolking deze kapel te bouwen indien Terkoest gespaard zou blijven van alle oorlogsgeweld.

Twee jaar nadien trekt de E. H. Asnong zich terug als rector van Terkoest. Op 28 augustus 1948, word zijn opvolger, E. H. René Philtjens, benoemd als kapelaan verantwoordelijk voor de toekomstige parochie.

Dan, op zondag 3de oktober 1948, organiseert het gehucht Terkoest een feest ter ere van E. H. Asnong, rector gedurende 46 jaar. Om tien uur wordt een plechtige mis opgedragen in het kasteelpark van Claes d’Erckenteel. De mis wordt gecelebreerd door de gevierde rector, bijgestaan door pastoor Deneys van Alken en de nieuwe rector Philtjens. De mis wordt opgeluisterd door het gezang van het koor van het nieuwe gehucht. In zijn homilie schetst Pastoor Deneys een portret van het religieuze leven van Terkoest en, volgens hem, is het vanwege de onophoudelijke ijver van E. H. Asnong dat Terkoest het beste deel is van Alken. Na de hoogmis komt het feest; schoolkinderen zingen hun beste liedjes. Volgen dan de toespraken van de directeur van de school, van de voorzitter van de kerkfabriek, en van de nieuwe rector. De feesteling neemt het woord om afscheid te nemen van zijn geliefde parochianen in wiens midden hij een groot deel van zijn leven doorbracht.

Zijn apostolische ijver wist nooit van stilstand of rust. Dan komt de ernstige ziekte. Hij is blij als hij enigszins herstelt, en de toelating krijgt om de mis op te dragen in eigen huis. Het altaar en de kleine kapel kunnen niet mooi genoeg in de bloemen staan.

De E. H. Eduard Asnong sterft te Hasselt op 2 september 1953. De plechtige lijkdienst, gevolgd van de teraardebestelling, vond plaats in Hasselt in de Sint Quintinuskerk op 5 september 1953. Een plechtige lijkdienst vanwege de Eerwaarde Dames Ursulinen wordt gehouden in dezelfde kerk op 9 september 1953.

Ook vanwege de Kerkfabriek O. L. Vr. Onbevlekt Ontvangen werd een plechtige lijkdienst gevierd in de kapel van Terkoest op 10 september 1953.

De auteurs Paul Jacobs et Florent Punie schrijven over E. H. Eduard Asnong : « Een wijze, vaderlijke en heilige priester die (gedurende 46 jaar) vergroeide met de wording en de bloei van het geestelijke leven in Terkoest.

Door dit decennia lang verblijf alhier werd hij de vertrouwenspersoon die het wel en wee van onze ingezetenen grondig heeft ervaren. In een evolutieperiode gaande van armoede naar betrekkelijke welstand en doorsneden met twee wereldoorlogen.

Niet zo maar rector was hij integendeel een stille sociaal bewogen persoon bezorgd en behulpzaam voor allen die hem om raad verzochten. Met de « Prof. Asnong straat » blijft Alken en bijzonder Terkoest hem dankbaar gedenken. »

Anderen spreken lof over zijn diep geloof, zijn rotsvast vertrouwen, en stille offervaardigheid. Zijn geestdrift voor alles wat edel en verheven is.

 

grafsteen

Bronnen:

 

  • Archieven van het Bisdom Luik, communicatie van Christian Dury en François Meessen, 25 mei 2007
  • Ascendance Antoine Asnong-Virginie Cosemans, Jaak Heeren, 2007
  • Burgerlijke Stand, Sint-Lambrechts Herk
  • Burgerlijke Stand, Heusden-Zolder
  • De familie Asnong, Antoon Koyen, 1983
  • Terkoest, evolutie naar eigen parochie, Paul Jacobs en Florent Punie, 1985
  • Wouters : Een Familiegeschiedenis van Limburg tot Brazilië, Jef Asnong, 2010
  • Z. E. H. Asnong gehuldigd te Alken-Terkoest, Anonym, 3 oktober 1948

 

Jef001

Jef Asnong, 11 maart 2015

Longueuil Quebec

Canada

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Middeleeuwse Vlaming bleef niet onder de kerktoren

Hoe groot was de genetische verwantschap tussen families in een middeleeuws dorp? Verrassend klein, zo blijkt uit een onderzoek in zes Vlaamse gemeentes. Anders gezegd: met de kerktorenmentaliteit van de middeleeuwse Vlamingen viel het best mee. Al zou het weleens de pest geweest kunnen zijn die hen tot migreren dwong.
Naamloos-1
(c) Joris Snaet

In samenwerking met Familiekunde Vlaanderen, de Universiteit Gent en drie archeologische musea werkte evolutionair geneticus Maarten Larmuseau gedurende drie jaar aan het ‘Romeins DNA-project’. Hij heeft al meer dan honderd huisbezoeken bij families achter de rug, op zoek naar stambomen en DNA-stalen. “In de late middeleeuwen – de 14de en 15de eeuw – gingen mensen voor het eerst een familie- of achternaam gebruiken. Dankzij stamboomonderzoek kunnen we de geschiedenis van families reconstrueren. Maar tot voor kort hadden we er het raden naar in hoeverre families binnen dorpen of regio’s biologisch verwant waren in de periode waarin familienamen erfelijk werden.”

Achterpoortje
Middeleeuwse skeletten opgraven en DNA-stalen nemen: dat zou in de ideale wereld de beste manier zijn om die genetische verwantschap en diversiteit binnen dorpen of regio’s in kaart te brengen. Maar opgravingen zijn niet altijd mogelijk en dus deden de onderzoekers het via een achterpoortje. Ze trokken naar zes gemeentes: Oudenburg en Snellegem in West-Vlaanderen, Velzeke en Idegem in Oost-Vlaanderen, en Tongeren en ALKEN in Limburg. De beide gemeentes zijn telkens geografisch gescheiden, en per provincie is er één waarvan de oorsprong teruggaat tot de Romeinse tijd en één die pas sinds de vroege middeleeuwen continu bewoond werd. “Uit de oudste geschreven bronnen van die gemeentes selecteerden we een aantal familienamen. Vervolgens contacteerden we mannen met die familienamen die via hun stamboom konden aantonen dat hun familie al sinds de middeleeuwen in die gemeente verbleef. Bij hen namen we DNA-stalen, een vijftigtal per gemeente.”
“Tot nu toe dacht men dat er in regio’s met kusthandel meer migratie – en dus meer genetische variatie – was. Dat blijkt niet te kloppen.”
Waarom mannen? Dat heeft te maken met het feit dat de onderzoekers zich specifiek richten op het Y-chromosoom: een uniek stukje DNA dat bepaalt of iemand tot het mannelijk geslacht behoort. Het Y-chromosoom wordt dus van vader op zoon doorgegeven. Net als de familienaam – tot voor kort althans, want sinds 2014 hebben Belgische ouders meerdere opties voor de familienaam van hun kinderen. Door de stambomen en Y-chromosomen te koppelen, brengen de wetenschappers de genetische diversiteit in Vlaanderen tijdens de laatste 400 jaar in kaart, een primeur in Europa.

Tongeren kampioen
Wat vertelt het genetisch erfgoed ons over Romeins DNA? “We vonden geen significante genetische verschillen tussen dorpen uit de Romeinse tijd en later bevolkte dorpen. Als er ooit sporen waren van de Romeinse oorsprong, dan waren die weggevaagd tegen de middeleeuwen.”
“Tot onze verrassing stelden we wel vast dat de verwantschap tussen families binnen dorpen zeer laag was tijdens de late middeleeuwen. De oervaders van de huidige families waren zelden met elkaar verwant. Mensen bleven niet onder de kerktoren. Er was heel wat migratie: de pest kan daar een oorzaak van geweest zijn.”
Een andere verrassing was dat in Vlaams-Brabant en Limburg een grotere genetische diversiteit werd vastgesteld dan in West- en Oost-Vlaanderen: “Tot nu toe dacht men dat regio’s met kusthandel meer migratie zouden kennen dan het binnenland, en dat daar het scala aan genetische verschillen dus groter zou zijn dan landinwaarts. Maar dat blijkt niet te kloppen.” De allerhoogste genetische diversiteit vonden de onderzoekers in Tongeren. En dat heeft toch met Romeinse roots te maken, zij het meer praktisch: “Dankzij de goede wegen, de Romeinse heirbanen, had Tongeren veel contact met het Rijnland, Maastricht en Keulen.”

Larmuseau gaf ondertussen ook al feedback aan de vele amateurgenealogen die aan het project meewerkten met hun stambomen en DNA: “Dit is een mooi voorbeeld van citizen science: burgers die bijdragen aan de wetenschap. Er was grote interesse om mee te werken: veel mensen die een familiestamboom opstellen, willen graag weten of die wel klopt. We konden hen individueel de resultaten gegeven voor hun familienaam. In één geval werd een familienaam op drie verschillende manieren gespeld en konden we aantonen dat die drie families biologisch toch verwant waren.” Ondertussen loopt het project door: “Voor forensisch onderzoek is die wetenschappelijke kennis over genetische variatie binnen en tussen families belangrijk, bijvoorbeeld om te helpen in strafzaken.”

Auteur: Ilse Frederickx

bron: Campuskrant KU Leuven